Stoppen zorg- en dienstverlening door de (jeugd)zorgorganisatie

De (behandel)zorg- en dienstverlening van organisaties in cure en care aan patiënten en cliënten vindt plaats op grond van een (behandel)overeenkomst. Agressie van een patiënt of cliënt kan aanleiding zijn om de zorg- of dienstverlening tijdelijk op te schorten of helemaal te stoppen. In het laatste geval wordt de overeenkomst met de patiënt of cliënt beëindigd.

 

De afweging en het besluit om de zorg- of dienstverlening op te schorten of te stoppen moeten ingegeven zijn door gewichtige redenen of bijzondere omstandigheden en zijn omgeven met eisen van zorgvuldigheid, voortvloeiend uit de wet en de jurisprudentie. Zie de linkjes naar relevante wetgeving in de rechterkolom.

 

Verschillend per branche

De manier waarop daaraan in de praktijk door (jeugd)zorgorganisaties uitvoering wordt gegeven kan per branche verschillen. Zo is in de jeugdzorg sprake van vrijwillige en gedwongen hulpverlening. Bij de gedwongen hulpverlening is het wettelijk kader van toepassing en bepalen de regels van de wet wanneer hulpverlening kan worden gestopt.

 

Hieronder wordt per branche aangegeven hoe wordt omgegaan met (tijdelijk) stoppen van zorg- of dienstverlening.

 

Branche-specifieke invulling bij (tijdelijk) stoppen van zorg- of dienstverlening


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg (GGZ)
De handreiking (voorwaardelijk) ontslag is gericht op patiënten die op enigerlei wijze ontslagen worden uit (een deel van) de klinische zorg van een GGZ-instelling. De handreiking is opgesteld voor de werkzame hulpverleners binnen de GGZ-instellingen en voor de direct belanghebbenden. De instelling kan de handreiking gebruiken binnen het eigen instellingsbeleid waarbij je rekening moet houden met de organisatiestructuur en de verantwoordelijkheidsverdeling binnen de instelling.

 

Het document is bedoeld als hulpmiddel voor het nemen van zorgvuldig en weloverwogen beslissingen over het (voorwaardelijk) ontslag. Dit gaat in sommige gevallen ook gepaard met het opzeggen van de behandelingsovereenkomst of het opheffen van de bopz-maatregel.

 

In de arbocatalogus van de ggz, onderwerp gedragscode of huisregels, is aandacht besteed aan gedragscode of regels om duidelijk uit te spreken en vast te leggen wat de grenzen van gedrag zijn. Onderdeel van de code of regels zijn (gedragscorrigerende) maatregelen voor cliënten en sancties voor derden bij overschrijding van de code of regels.

 

terug naar boven


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gehandicaptenzorg (GHZ)
De Handreiking “Bezinnen over beginnen of stoppen” biedt handvatten aan de zorginstelling bij de moeilijke beslissing tot beëindiging van een zorg- en dienstverleningsovereenkomst en wijst op de zorgvuldigheidseisen die dan gelden. Hierbij speelt de vraag of er voldoende gewichtige redenen zijn een centrale rol.

 

Hiervan kan sprake zijn:

  • na een ernstige mate van bedreiging of intimidatie die de situatie onwerkbaar maakt;

  • en/of indien de vertrouwensrelatie onherstelbaar is verstoord;

  • en/of bij een ernstige verstoring van de dagelijkse gang van zaken die de hulpverlening  aan anderen in gevaar brengt.

Wanneer een zorginstelling eenzijdig besluit om een zorg- en dienstverleningsovereenkomst te beëindigen en daarmee de zorg en ondersteuning te stoppen, is dit voor beide partijen in de regel een ingrijpende gebeurtenis. De zorginstelling zal dan ook niet over één nacht ijs gaan voordat zij een dergelijk besluit neemt. Een zorgvuldig proces van dialoog met de cliënt en zijn of haar wettelijk vertegenwoordiger zal daaraan vooraf gaan. De te zetten stappen kunnen per instelling verschillen. De handreiking is te vinden in de arbocatalogus Profijt van Arbobeleid.

 

terug naar boven


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Jeugdzorg (JZ)

Binnen de Jeugdzorg zijn geen overkoepelende branche-afspraken over het beëindigen van de hulpverlening. De gedragscode van de organisatie voor medewerkers, de gedragscode voor cliënten, de Arbowet en het agressieprotocol geven de werkgever handvatten om gericht beleid te voeren en zijn maatgevend voor de omgang met geweldsincidenten in de sector.

 

De sector voert dwang en drangmaatregelen uit. Bij de gedwongen hulpverlening is het wettelijk kader van toepassing en bepalen de regels van de wet wanneer hulpverlening kan worden gestopt.

 

terug naar boven


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Universitaire medische centra (UMC)

De Nederlandse Federatie van umc’s bestaat uit 8 umc’s. Aangaande het stoppen van dienstverlening is er geen umc-brede afspraak gemaakt. De umc’s hebben zelf procedures en gedragsregels voor het stoppen van dienstverlening bij grensoverschrijdend gedrag door de patiënt of zijn/haar naasten.

 

terug naar boven


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Verpleeg- en verzorgingshuiszorg, thuiszorg, kraamzorg en jeugdgezondheidszorg (VVT)

Het formele kader voor het stoppen van zorg- en dienstverlening zijn de Algemene Voorwaarden voor zorg zonder verblijf en de Algemene Voorwaarden voor zorg met verblijf van ActiZ en BTN, tot stand gekomen in overleg met diverse consumentenpartijen. De leden van ActiZ en BTN hebben zich verbonden aan deze algemene voorwaarden, die bij het sluiten van de zorgverleningsovereenkomst aan de cliënt worden overhandigd.

 

In de praktijk geven zorgorganisaties op eigen wijze invulling en toepassing aan (acute) zorgweigering en het stoppen van de zorgverlening. Daarbij hanteren zij, bij de algemene voorwaarden aansluitende, voorlichtingsbrochures en huisregels (intramuraal) voor cliënten en zorgweigeringsprotocollen, toe te passen door medewerkers en hun leidinggevenden. De arbocatalogus VVT biedt praktisch materiaal en voorbeelden.

 

terug naar boven


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemene ziekenhuizen, categorale ziekenhuizen en revalidatiecentra (ZKH)

Voor de (categorale) ziekenhuizen en de revalidatiecentra gelden geen overkoepelende branche-afspraken ten aanzien van het stoppen van de dienstverlening bij grensoverschrijdend gedrag door de patiënt of zijn/haar naasten. De organisaties geven in de vorm van huisregels op instellingsniveau vorm, inhoud en toepassing aan het - indien noodzakelijk - stoppen van de zorgverlening of de ontzegging van de toegang tot de organisatie.

 

De Arbowet en de arbocatalogus voor de branche ziekenhuizen ‘Beter met arbo’ ondersteunen hen daarbij. In de arbocatalogus wordt onder het thema Agressie & geweld (arbeidsrisico ‘Ongewenst gedrag’) via het project Veiligezorg® verwezen naar gedragscodes hoe om te gaan met grensoverschrijdend gedrag door de patiënt of/zijn haar naasten.

 

terug naar boven