“Laten we met z’n allen gewoon normaal doen”

“Wanneer wordt emotioneel gedrag van cliënten lastig?”, is één van de vragen waarmee de ruim 35 (jeugd)zorgprofessionals samen met sessieleider Gijsbert Roseboom aan de slag gingen. Aan de hand van succesvolle interventies, praktijkvoorbeelden van ggz-instelling Parnassia en een interactieve workshop gingen de deelnemers tijdens de RegioSessie in De Bilt-Utrecht dieper in op het omgaan met oranje (emotioneel) gedrag van cliënten, patiënten en derden.

“Soms neem je grensoverschrijdend gedrag van cliënten niet eens meer waar als agressie”, reageert iemand uit de zaal op de stelling ‘Agressie hoort er nu eenmaal bij: eens of oneens?’ die Gijsbert inbrengt. “Als we dit gedrag gaan ontkennen loop je al een stap achter. Maar dit betekent niet dat het acceptabel is.” Om te weten hoe je het beste met oranje (emotioneel) gedrag van cliënten, patiënten en naasten om kunt gaan, is het belangrijk te kijken naar de hele situatie van een cliënt. “Als je met beheersing bezig bent en tegelijk de tijd neemt voor presentie en betrokkenheid, kun je cliënten beter ondersteunen bij oranje gedrag”, zegt Gijsbert.

De omgeving van de cliënt
Gijsbert noemt een voorbeeld van een jongen met een hersentumor die werd opgenomen op een PAAZ-afdeling en dagelijks vreemd en onverwacht gedrag vertoonde. Medewerkers waren steeds bang dat het oranje gedrag van de jongen zou escaleren. Tot ze er achter kwamen dat zijn vader hem wél kon kalmeren. Vanaf nu helpt hij dagelijks bij de verzorging en is de situatie sterk verbeterd. Spreker Thomas Jansen van Parnassia begint zijn praktijkverhaal met een vergelijking: “Als ik het Van der Valk-hotel binnenkom voel ik me meteen op mijn gemak door de omgeving, de medewerkers en de prettige sfeer. In (jeugd)zorginstellingen heb ik niet hetzelfde gevoel.”

Een betere woon- en werkomgeving
De situatie kunnen we niet veranderen, maar we kunnen de periode in een instelling wel zo prettig mogelijk maken voor een cliënt of patiënt”, aldus Thomas. “Elkaar als medewerker en cliënt begrijpen begint bij het maken van contact.” Een deelnemer vertelt hoe zij dit in haar instelling aanpakt: “Als een cliënt voor het eerst onze instelling binnenkomt, probeer ik diegene op zijn gemak te stellen door eerst samen een kop koffie te drinken. Dan spreek ik met de cliënt af dat we er samen het beste van gaan maken.” Uit de sessie komt naar voren dat ook het herformuleren van regels en het opknappen van de omgeving bijdraagt aan het verbeteren van de situatie. “Maar bovenal geldt: laten we met z’n allen gewoon normaal doen”, sluit Thomas zijn verhaal af. De deelnemers verlaten de bijeenkomst met een hoop inspiratie en verschillende interventies om toe te passen in hun dagelijkse praktijk.