“Het gaat erom dat je samen een grens trekt”

Als je agressie tegen (jeugd)zorgmedewerkers succesvol wilt aanpakken, zul je met je collega’s moeten bespreken waar jullie gezamenlijke grens ligt. Samen de norm bepalen. 36 zorgprofessionals maakten op 13 februari in Emmeloord tijdens de RegioSessie ‘Samen grenzen bepalen’ kennis met de AgressieWijzer. Het doel van vandaag: weten hoe de AgressieWijzer werkt en genoeg handvatten hebben om er in het eigen team mee aan de slag te gaan.

Groen, oranje rood: drie sessies
Net als in de praktijk gaan de deelnemers vandaag in drie sessies aan de slag met de AgressieWijzer, maar dan in verhoogd tempo. Elk van die sessies focust op één type gedrag: gewenst (groen), ongewenst (oranje) of onacceptabel (rood).

100% acceptabel
Alle deelnemers vullen in het werkboek hun eigen ervaringen met gewenst gedrag in. “Ik werk in de psychiatrie. Voor mij is groen gedrag een glimlach of een knuffel van een bewoner”, is het eerste voorbeeld dat wordt gegeven uit de zaal. Een GGZ-medewerker vertelt over een situatie die hij meemaakte: “Een cliënt werd uitgedaagd door een andere cliënt, maar ging daar niet mee. Daar word ik blij van.” In dit eerste deel van de AgressieWijzer wordt zo een kader geschetst van welk gedrag wel gewenst is. Verder met het volgende deel.

“Je hebt het over normen en waarden”
De stappen bij oranje gedrag zijn vergelijkbaar: wat zijn de eigen ervaringen met emotioneel gedrag? Hoe ga je ermee om? Wat doe je na afloop? En hoe blijft het op de agenda?

“Manipuleren, gebieden, afdwingen, opmerkingen als ‘jullie worden ervoor betaald’. Dat is voor mij oranje”, begint een zorgprofessional te vertellen. Een andere deelnemer geeft aan moeite te hebben met de grens aangeven: “Bij ons wordt er veel geaccepteerd. ‘De cliënt kan er niets aan doen’ horen we dan.” Een GHZ-medewerker gaat daarop in: “Waar het om gaat, is dat je als begeleider een grens trekt: wat is acceptabel en wat niet. Ik laat me bijvoorbeeld niet uitschelden.” 

Rood is echt onacceptabel
Na een korte pauze staat het onderwerp rood gedrag op de agenda. Verbale agressie, bedreiging, intimidatie en fysiek geweld zijn de eigenschappen. “Als een cliënt roept ‘ik ga een einde aan m’n leven maken”, is het eerste voorbeeld van één van de deelnemers. “De cliënt probeert dan een reactie te ontlokken, te kijken hoe ver hij kan gaan. Ik zeg dan dat ik het niet accepteer, dat ik wegga en over tien minuten terug kom.” Aan een andere tafel waren de meningen meer verdeeld: “Als je dit hier met elkaar bespreekt, heb je meteen heel veel meningen. Er is voor ons niet één oplossing, of dé oplossing. Het is maatwerk.”

Met of zonder leidinggevende?
Tot slot nog een korte discussie over de vraag van één van de aanwezigen: wel of geen leidinggevenden betrekken? Esmeralda Berends legt uit dat de keuze aan het team zelf is “Als je beslist je leidinggevende niet mee te nemen in het proces, kun je wel achteraf terugkoppelen wat jullie hebben besproken en vragen of hij er ook achterstaat.”

Veel geleerd
De deelnemers geven aan veel aan deze RegioSessie te hebben: “We waren echt met elkaar in gesprek. We nemen de stappenplannen mee als aanvulling op wat we al hebben.” Een collega heeft ook al nagedacht over de plaats van de AgressieWijzer binnen het team: “We gaan de AgressieWijzer gebruiken naast het dossier van de cliënt. In het signaleringsplan van de cliënt beschrijven we zijn gedrag, in de AgressieWijzer hoe we daar mee om moeten gaan.”